In een eerdere blog zijn we al kort ingegaan op de activiteiten. Hier hebben we het volgende opgenomen: “Een activiteit voer je uit om een subdoelstelling te behalen”. Hier is ook het verschil tussen een doelstelling en een activiteit uitgelegd.

Activiteiten hebben betrekking op de 2e W-vraag - Wat gaan we daarvoor doen? Welke activiteiten gaan we ontplooien om  de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken? Activiteiten geven de raad ook de kans om te sturen. Enerzijds door te bepalen of een activiteit überhaupt in de vastgestelde begroting terechtkomt, maar anderzijds ook door te bepalen wanneer welke activiteit wordt uitgevoerd. Door het stellen van prioriteiten bepaald de raad welke activiteit als eerste wordt uitgevoerd en waar eventueel extra benodigde middelen (capaciteit en budget) aan besteed mogen worden. Om de raad goed bij deze keuze te faciliteren is het belangrijk de activiteiten zo, daar komt de term weer, SMART mogelijk uit te werken. Op basis van concrete activiteiten kan de raad kiezen waar hij prioriteit aan geeft. Hij kan de planning bepalen, waar de organisatie zijn tijd (als eerste) aan besteed en het eventueel noodzakelijke budget beschikbaar stellen. Daarnaast kan de raad ook invloed uitoefenen op de invulling van de activiteit, bijvoorbeeld door in de kaders aan te geven dat de activiteit samen met inwoners en andere belanghebben wordt uitgewerkt.

Een activiteit is opgebouwd uit:

  1. De (sub)doelstelling waar de activiteit aan bijdraagt;
  2. Naam van de activiteit;
  3. Een goede omschrijving; 

Op basis van de omschrijving moet voor de raad, en bij voorkeur ook voor inwoners en andere belangstellenden, exact duidelijk zijn wat de activiteit inhoudt. 

Op hoofdlijnen kan inzicht worden gegeven in de bedachte uitvoering. De raad stuurt op hoofdlijnen, het gaat dan over de vraag ‘Wat doen we?’. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering: ‘Hoe doen we het?’. 

4.             De planning;

Wanneer wordt de activiteit afgerond.

5.             Specifiek benodigd extra budget, indien van toepassing;

De realisatie van bijvoorbeeld verkeersremmende maatregelen in het kader van de verkeersveiligheid kosten extra geld en dit is niet (altijd) binnen de bestaande budgetten beschikbaar. Indien de activiteit niet met de in de gemeentelijke organisatie beschikbare capaciteit kan worden uitgevoerd is wellicht budget voor externe inhuur noodzakelijk.

 

Een voorbeeld van een concrete activiteit is: 

 

Wat willen we?

2.1 Inwoners beoordelen de verkeersveiligheid minimaal met een 6

Wat doen we?

2.2.1 Uitvoeren Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan

Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan hebt u in 2021 vastgesteld. In dit plan zijn diverse verbeterpunten op het gebied van verkeersveiligheid opgenomen. In 2022 pakken wij de volgende knelpunten op:

1.  Kruising Dorpstraat en Kerkstraat in de kern X;

2.  Kruising fietspad en Dijkstraat in kern Y;

3.  Voetgangersoversteekplaats Burgemeester Janlaan in kern Z.

Wat kost het?

Voor de uitvoering van het Gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan is het volgende extra budget benodigd:

1.  Kruising Dorpstraat en Kerkstraat in de kern X - € 75.000;

2.  Kruising fietspad en Dijkstraat in kern Y - € 43.500;

3.  De voetgangersoversteekplaats Burgemeester Janlaan in kern Z kan binnen de beschikbare budgetten worden aangepast.

 

Wij denken dat u met deze methodiek uw gemeenteraad handvatten geeft om echt te gaan sturen en kaders te stellen. 

Heeft u vragen na het lezen van deze blog neem dan gerust contact met ons op via info@talentvoordegemeente.nl of 0481-725929. In onze volgende blog gaan we in op de presentatie van de begrotingsinformatie op hoofdlijnen door het gebruik van de zogenaamde ‘Begroting in één oogopslag’.