Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) heeft een notitie gepubliceerd: Meerjarig financieel inzicht voor de raad. Het doel van deze notitie is het vergroten van het financiële inzicht in de gemeente. Om het gemakkelijker te maken hebben wij de notitie samengevat.

Samenhang der dingen

De (meerjaren)begroting is een essentieel kader voor de gemeente om haar doelstellingen en ambities te kunnen realiseren. De meerjarenraming geeft aan welke doelstellingen men wil bereiken, wat men daarvoor gaat doen en hoeveel dat mag kosten. De jaarstukken laten zien welke van deze doelstellingen zijn gerealiseerd en tegen welke kosten. Om een snel en representatief inzicht te krijgen in de financiële positie is het belangrijk dat:

  • De belangrijkste indicatoren en kengetallen van de balans en van de begroting in samenhang worden gepresenteerd en toegelicht.
  • De ontwikkeling van deze samenhang in de loop van de tijd worden opgenomen en toegelicht.

Het is voor de gemeenteraad belangrijk om te weten hoe de gemeente er financieel voorstaat of de gewenste keuzes financieel haalbaar zijn en wat de financiële risico’s zijn die de gemeente loopt. De gemeenteraad krijgt dit financiële inzicht door de overzichten te lezen, waarvan de balans en de uiteenzetting van de financiële positie bij de begroting de belangrijkste zijn. ook de verplichte kengetallen, die zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kunnen de raadsleden helpen.

Het is belangrijk om te realiseren dat de financiële positie altijd een momentopname is. Vandaar dat er beter gekeken kan worden naar verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van de getallen over een aantal jaar (meerjarenraming). Met een trendanalyse kan deze ontwikkeling worden weergegeven. Hierin worden de samenhang, de ontwikkeling en de verandering van de financiële positie vanuit het verleden naar de toekomst gepresenteerd, gesignaleerd en geduid. De gemeenteraad kan door een trendanalyse een snel en goed inzicht krijgen in de financiële positie van de gemeente. Voor de duidelijkheid, een trendanalyse is een hulpmiddel voor de gemeenteraad en komt niet in plaats van het verplichte format van de BBV!

De raadsleden moeten ook weten of er ruimte is voor een nieuw beleid of dat er juist bezuinigd moet worden. Meestal is er in de begroting een begrotingsruimte, die gereserveerd is voor baten en lasten (bijvoorbeeld stelposten) en/of nog te realiseren bezuinigingen (taakstellingen). Een stelpost wordt gebruikt als de werkelijke lasten en baten nog niet exact bepaald kunnen worden. Een taakstelling kan voortkomen uit bezuinigingen. Het is nuttig op deze begrippen in te gaan bij de toelichting op de financiële positie en bij de meerjarenraming, zodat de gemeenteraad kan zien waar juist de financiële ruimte zit of waar er sprake is van een bezuinigingsopgave.

Financiële kengetallen

De kengetallen geven inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. De kengetallen beoordelen ook de beleidsvoorstellen, dit is een belangrijke rol omdat hiermee inzicht kan worden verkregen in de financiële consequenties van voorstellen die aan de raad worden voorgelegd. Kortom kengetallen zijn erg handig voor de raadsleden om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. De BBV schrijft een vijftal kengetallen voor, deze moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing:

  1. netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  2. solvabiliteitsratio;
  3. grondexploitatie;
  4. structurele exploitatieruimte;
  5. belastingcapaciteit.

Bij de kengetallen is het van belang om al deze in relatie tot elkaar te zien en om de ontwikkeling van deze kengetallen te zien voor een beter beeld. Het BBV schrijft zelfs voor om de onderlinge verhouding tussen de getallen in relatie tot de financiële positie te beschrijven. De ontwikkeling van de kengetallen is ook hierbij belangrijk, zo kan namelijk gezien worden of de financiële positie verbetert of juist verslechtert.

Meerjarenraming

De meerjarenraming geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Er is een verschil tussen de meerjarenraming en de begroting. De begroting wordt vastgesteld door de raad, maar de meerjarenraming (nog) niet, vanwege de toekomstgerichtheid van deze raming. Maar het is voor de raad juist belangrijk om de meerjarenraming kritisch te beschouwen. De meerjarenraming geeft namelijk inzichten in:

  • De toekomstige begrotingsruimte of de begrotingstekorten.
  • Eventuele bezuinigingsopdrachten die door de raad zijn goedgekeurd.
  • Het EMU-saldo.
  • De consequenties van het beleid (bestaand en nieuw beleid), dat in de begroting is opgenomen en wordt vastgesteld.

Er is een onderscheid gemaakt tussen het beleid dat in eerdere jaren is ingezet en het nieuwe beleid, om te benadrukken dat ook nieuw beleid moet worden doorgerekend. Het is van belang om nieuw beleid door te rekenen, zodat er een zo volledig mogelijk inzicht in de financiële consequenties van het voorgenomen beleid gezien kan worden. De toezichthouder ziet de meerjarenraming als een belangrijk component om de financiële positie van de gemeente te beoordelen. De keuze van de toezichthouder om preventief of repressief toezicht te houden is mede afhankelijk van de kwaliteit van de meerjarenraming.

Resultaat

Het verschil tussen de baten en lasten is het resultaat. Dit resultaat wordt elk jaar vooraf, bij de begroting, en achteraf bij de jaarrekening, opgesteld. Een resultaat kan positief (er is een overschot) of negatief (er is een tekort) zijn. De raad heeft vanuit haar budgetrecht een belangrijke rol als het gaat om resultaten: de raad bepaalt wat er met het resultaat gaat gebeuren. Het is dus van belang voor de raad om eerst inzicht te krijgen in de oorzaken van het resultaat, door de verschillen te analyseren tussen de begrotingsramingen en de realisatie. Als de raad dit inzicht heeft, kan hij bepalen wat hij met het resultaat wil doen.

Het resultaat is dus het verschil tussen de baten en lasten. De baten zijn alle inkomsten van de gemeente, de belangrijkste inkomsten zijn de uitkering van het gemeentefonds en specifieke uitkeringen (deze zijn niet beïnvloedbaar). Verder genereert de gemeente inkomsten uit lokale heffingen, grondexploitatie en de verkoop van goederen en diensten. De lasten, de kosten van de gemeente zijn op zekere hoogte beïnvloedbaar door het geformuleerde beleid en de daaropvolgende uitvoering. Als we de baten en lasten naast elkaar leggen, dan zijn we bezig met een verschilanalyse. Wanneer de baten hoger zijn dan de lasten betekent dit niet gelijk goed nieuws. De lasten kunnen namelijk achter zijn gebleven door een vertraging in de uitvoering, waardoor er feitelijk een uitstel van lasten is. In de jaarrekening wordt uitsluitend ingegaan op financiële afwijkingen. Er zijn verschillende oorzaken als we kijken naar de afwijkingen van de baten en lasten:

  • Efficiency: er zijn lagere lasten, als gevolg van goede planning en werkwijze.
  • Prijs voor- of nadelen: afwijkingen bij aanbestedingen of door een nieuwe CAO.
  • Economische ontwikkelingen: die kunnen leiden tot extra baten of extra lasten.
  • Voortgang: uitstel van lasten door vertraging in de uitvoering, deze ‘uitgestelde lasten’ komen vrijwel zeker volgend begrotingsjaar in beeld.

Het is belangrijk dat het resultaat goed toegelicht wordt. In deze toelichting moet ook aangegeven worden of er gesproken kan worden over een incidenteel of structureel resultaat. Er wordt daarom ook door de commissie BBV aanbevolen om deze incidentele baten en lasten te presenteren, zodat de raad op overzichtelijke wijze inzicht krijgt in het structurele of incidentele karakter van het resultaat. Tenslotte bepaalt de raad wat er met het resultaat gebeurt. De raad heeft bij het bestemmen van het resultaat de keuze om het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve als buffer voor tegenvallers of aan bestemmingsreserves voor specifieke doelen.

Reserves

De balanspost reserves wordt vaak onderschat. Deze post heeft een grote invloed op de financiële positie en daarmee de kengetallen. Reserves worden gevoed vanuit het resultaat van de baten en lasten. Een toename van de reserves betekent een toename van de solvabiliteit. Reserves zijn voor de raad erg belangrijk als sturingsmiddel. De raad moet goed worden toegelicht over de omvang en de doelstellingen van de reserves. Het verloop van de individuele reserves gedurende het jaar is een overzicht dat verplicht opgenomen moet worden in de toelichting op de begroting en balans. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de algemene- en bestemmingsreserves. De algemene reserve is permanent van karakter en kan gebruikt worden als buffer, maar ook voor het uitvoeren van beleid. Een bestemmingsreserve is tijdelijk van karakter en verbonden aan een specifiek doel uit een programma. Bestemmingsreserves dienen ervoor om binnen een bepaalde tijd een bepaald doel te realiseren, het afdekken van kosten uit financiële risico’s van projecten of programma’s of voor de egalisatie van ongewenste schommelingen in gemeentelijke tarieven. In de meerjarenraming wordt een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves opgenomen. Door dit overzicht is het voor de gemeenteraad duidelijk welke ontwikkelingen de komende jaren voor de omvang van de reserves verwacht worden.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd wanneer de volgende situaties zich voordoen:

  • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijk in te schatten;
  • als er risico’s bestaan op de balansdatum, waarvan de hoogte redelijk is in te schatten;
  • kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, als het maken van die kosten hun oorsprong mede vinden in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar. De voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
  • voor een toekomstige vervangingsinvestering, waarvoor een heffing wordt geheven;
  • van derden verkregen middelen met specifiek bestedingsdoel (uitgezonderd de voorschotbedragen verkregen vanuit de EU en overheid).

Soms mag er ook via een voorziening worden gespaard, om te voorkomen dat er plotseling in bepaalde jaren grote uitgaven zijn en dan weer lang niet. Op deze manier sparen mag onder bepaalde voorwaarden, één van die voorwaarden is dat er een actueel onderhoudsplan is. Er mogen geen voorzieningen gevormd worden voor aan arbeid gerelateerde verplichtingen. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen. Een stijging van de voorzieningen leidt dus tot een lagere solvabiliteit. De raad moet voorzien worden van een goede toelichting bij de voorzieningen, zodat inzicht wordt gekregen in welke bedragen in de lopende begroting als lasten zijn genomen om aan toekomstige verplichtingen te voldoen en welke verplichtingen zijn afgehandeld.

Overige ratio’s in jaarstukken en begroting

Onder het kopje kengetallen zijn de verplichte financiële kengetallen beschreven. Naast deze kengetallen bevat de jaarrekening ook een aantal ratio’s:

  1. weerstandsratio;
  2. renterisiconorm;
  3. kasgeldlimiet;
  4. EMU-saldo.

Dit is een samenvatting van de notitie: ‘Meerjarig financieel inzicht voor de raad’. Wij hopen dat u door het lezen van deze samenvatting een beter financieel inzicht heeft kunnen verwerven. Hierna hebben we ter verduidelijking nog een begrippenlijst opgenomen. Mocht u nadere informatie willen, neem dan contact op met Talent voor de gemeente via info@talentvoordegemeente.nl of telefoon 0481-725929.